2. Probleemstelling

De huidige oplossingsrichtingen, zoals biobased bouwen en toenemend hergebruik door urban mining, zijn volgens alle scenario’s nog niet genoeg om de bouw circulair te maken. Een andere blik op woningbouw is nodig om de doelstellingen van het Klimaatakkoord te halen.

Urgentie in cijfers

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) geeft aan dat de wereld in totaal nog maar 400 gigaton CO2 mag uitstoten om de opwarming van de aarde onder 1,5 graden Celsius te houden. Onlangs voerde het Dutch Green Building Council (DGBC) een onderzoek uit naar wat dit betekent voor de woningbouw (Dutch Green Building Council, 2021). Grofweg stelt de DGBC dat het CO2-budget voor de woningbouw in Nederland nog 100 megaton CO2 is. Tot 2050 moeten alle woningen die nog worden gebouwd en gerenoveerd uit dit CO2-budget worden gerealiseerd. Uit de scenario’s die DGBC opstelde, blijkt dat het een onmogelijke taak lijkt om de woningbouwopgave binnen dit budget te realiseren. Zelfs met een flinke bijdrage van biobased materiaal, een hoog aandeel hergebruik en een bouwmaterialenindustrie die continu zichzelf overtreft op innovatie, is het primair materiaalgebruik per woning simpelweg te groot (zie kader). Ook in de Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021 (PBL, 2021) wordt bevestigd dat biobased bouwen en hergebruik van vrijkomende bouwmaterialen niet voldoen om de bouweconomie circulair te maken en dat andere oplossingen nodig zijn.

“Naast een best-of-class prestatie door de industrie, biobased materiaalgebruik en urban mining dient er overall 15% beter te worden gepresteerd om de doelstelling te behalen.” Dutch Green Building Council, november 2021

Het gat van 15% naar de doelstelling klinkt misschien niet erg groot, maar gaat als gezegd uit van een aantal heel optimistische ontwikkelingen voor wat betreft innovatie en materiaaltoepassingen. De werkelijkheid van nu geeft een heel ander beeld. Tradities en beperkende normen staan circulaire oplossingen vaak in de weg. Daar komt nog bij dat andere ontwikkelingen, zoals de energietransitie, de vraag naar materialen doet toenemen. Het probleem wordt in de toekomst dus alleen nog maar groter.

De circulaire transitie is urgent voor de gebouwde omgeving en de inrichting van ons land.

Een aantal belangrijke indicatoren laten zien dat deze omslag meer dan nodig is en versnelling verdient:

  1. Materiaalgebruik wereldwijd neemt alleen maar toe Cijfers laten zien dat het materiaalgebruik en de impact hiervan alleen nog maar is toegenomen. Elk jaar valt de zogenaamde world overshoot day op een eerder moment. Dit is de dag waarop we, als mensheid collectief meer van de natuur hebben verbruikt dan de aarde in één jaar kan vernieuwen. In 2021 vond deze dag plaats op 29 juli en in Nederland viel dit moment zelfs al op 27 april. The Circularity Gap Report signaleert ook dat circulariteit wereldwijd afneemt: waar de wereld vorig jaar nog 9,1% circulair was, is dit nu 8,6% (Circularity Gap Report Initiative, 2022). De gebouwde omgeving en de bouw leveren op mondiaal niveau een enorme bijdrage aan de CO2-uitstoot. Uit een VN-rapport dat eind 2020 werd gepubliceerd bleek dat gebouwen en de bouw verantwoordelijk zijn voor bijna 40% van de wereldwijde CO2-uitstoot (United Nations, 2021). Daarbovenop komt de enorme impact die de bouwsector heeft op materiaalgebruik en afvalproductie. Zo’n 50% van alle gewonnen grondstoffen worden gebruikt als bouwmateriaal (Eurostat, 2016).
  2. Afvalproductie neemt niet af, maar toe Ondanks optimalisaties en strengere normen en wetgeving neemt de hoeveelheid afval in Nederland nog niet af (PBL, 2021). Het materiaalgebruik lijkt in de nabije toekomst niet makkelijk in te perken als gevolg van de verwachtte groei van materiaalgebruik (zie afbeelding 1), in combinatie met het beperkte aandeel vrijkomende materialen (zie afbeelding 2), en de summiere inzet van hernieuwbare bronnen. Er worden namelijk nog steeds op zeer minimale schaal hernieuwbare, biobased materialen in de woningbouw toegepast. Dit bestaat uit ongeveer 2% hout. Andere biobased materialen leveren een aandeel van enkel 0,01% à 0,02% (NIBE, 2019).

Dit betekent dat we naast alle huidige inspanningen om de traditionele bouwmethoden te ‘circulariseren’ ook opzoek moeten naar radicaal andere manieren van wonen en bouwen om zo gestelde doelen te halen. Oplossingen worden sterk gezocht in materialen en technische prestaties, terwijl de waarde van gemeenschappelijkheid op gebiedsniveau een belangrijke omslag hierin ingeeft. Los een opgave niet per kavel of huis op, maar kijk naar het geheel en de kennis die daarin vrij kan komen. Zo ontstaat een route voor circulaire gebiedsontwikkeling.

Wil je na het lezen aan de slag?

Delen mag!